Bestrijdingsmiddelen in natuurgebieden

Uit onderzoek in Drenthe is gebleken dat bestrijdingsmiddelen die in de landbouw worden gebruikt diep in natuurgebieden teruggevonden worden. Deze bestrijdingsmiddelen zijn schadelijk voor insecten en daarmee ook voor de vogels die van insecten leven. De Statenfractie van GroenLinks in Groningen vindt de resultaten van het onderzoek zorgwekkend en heeft het college van Gedeputeerde Staten schriftelijke vragen gesteld over de situatie in de provincie Groningen.

Tot aan het Drentse onderzoek dacht men dat bestrijdingsmiddelen niet verder kwamen dan de rand van de natuurgebieden, maar blijkbaar worden ze door de wind verspreid over grote oppervlakten. In Drenthe werden in de mest van schapen en koeien die in de natuurgebieden grazen 31 soorten bestrijdingsmiddelen aangetroffen. Wat dat voor de dieren betekent is niet duidelijk, omdat het effect van het stapelen van gifstoffen nooit onderzocht is. De normen zijn alleen per stof vastgesteld. In eerder onderzoek werden in een dode koolmees 20 verschillende soorten bestrijdingsmiddelen gevonden. Gezond is het dus in elk geval niet.

GroenLinks Statenlid Nadja Siersema: “Het Drentse onderzoek laat zien dat de landbouw niet door kan gaan met het bespuiten van gewassen in de mate waarin dat nu gebeurt. Niet alleen ons voedsel wordt daardoor van mindere kwaliteit, ook de natuur heeft er onder te lijden. De landbouw moet op een andere manier gaan werken: niet tegen de natuur, maar met de natuur zoals dat het geval is in de biologische en de natuurinclusieve landbouw. Ook moet er eindelijk onderzoek worden gedaan naar het effect van het stapelen van gifstoffen in onze natuurgebieden en woonomgevingen. Ik vraag GS daar bij de minister op aan te dringen.”