De toekomst in de praktijk: natuurinclusieve landbouw

Op 12 mei bracht de Statenfractie van GroenLinks een werkbezoek aan de inmiddels beroemde natuurboerderij van Peter Harry Mulder en Eline Ringelberg in Muntendam. Natuurinclusieve landbouw, landbouw waarin de natuur als vanzelfsprekend onderdeel uitmaakt van de bedrijfsvoering, staat bij de fractie hoog op de agenda.

Het gaat in Nederland niet goed met weide- en akkervogels. Eén van de oorzaken daarvan is de manier waarop in ons land landbouw wordt bedreven: grootschalig en met intensief gebruik van de grond. Daardoor is er te weinig ruimte overgebleven voor de dieren die van oudsher op landbouwgrond leefden. GroenLinks heeft jarenlang terecht de loftrompet gestoken over biologische landbouw, maar voor vogels liggen er ook kansen als de gewone landbouw rekening wil houden met de natuur op het land.

Peter Harry Mulder is zo’n gewone landbouwer. Hij maakt op zijn land ruimte voor wilde dieren, niet al­leen omdat hij als vogelaar vogels wil helpen, maar ook omdat natuur op het land ervoor kan zorgen dat je met minder bestrijdingsmiddelen toekomt.

Zo kan een strook wilde planten langs een akker levens­ruimte bieden aan lieveheersbeestjes die in het gewas de bestrijding van luis voor hun rekening nemen. Voor de vogels die van graan houden heeft hij een veldje met zo­mergraan ingezaaid, er zijn bosjes als schuilplaatsen en hij laat een stuk grond braak liggen om broedende ak­kervogels en andere dieren een onderkomen te bieden. In totaal is 10% van de grond in gebruik als natuurge­bied. Mooie eerste stappen op weg naar een vorm van landbouw waarin volop rekening wordt gehouden met de natuur.